Lian Kasper (1987) deed een bachelor architectuur en geografie in Amerika, een master landschapsarchitectuur in Wageningen en een opleiding tot coach. Ze is sinds 2017 zzp-er bij Land & Co en werkt daar als projectleider, programmamaker, trainer en coach met als thema’s duurzame plattelandsontwikkeling, bedrijfsstart en -opvolging, ondernemerschap, persoonlijke ontwikkeling en de relatie tussen mens en natuur.

‘Je moet weten dat ik niet direct met bodem werk,’ mailt Lian Kasper in antwoord op mijn interviewverzoek, ‘al is mijn verhaal wellicht toch relevant. Het gaat over het sociale aspect: hoe onze betrokkenheid bij bodem en landschap vorm krijgt en duurzaam kan worden.’ Dat me dat zeker relevant lijkt, mail ik terug, want als men het in het bodemveld érgens over eens is, dan wel over de noodzaak van betrokkenheid bij de grond waarop we leven. We treffen elkaar op een nazomerdag in het mooie oude gebouw waar Land & Co is gevestigd, op de website omschreven als ‘een buitengewoon ingenieursbureau met als missie mens en aarde wezenlijk verbinden’.

BODEMGEBRUIK GAAT OOK OVER WAARDEN

‘Duurzaamheid zat er al vroeg in, ik ben opgegroeid op een biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf, 24 hectare in de Noordoostpolder. Mijn beide opa’s hebben daar in de oorlog slootjes staan graven om in aanmerking te komen voor een boerderij – dat ze zo aan Duitse arbeidsdienst ontsnapten was mooi meegenomen. Mijn vader en moeder woonden als kind in dezelfde straat en na een tuinbouwstudie van mijn moeder kwamen ze elkaar weer tegen in de polder. Samen hebben ze de boerderij van zijn familie overgenomen en op biologisch-dynamische leest geschoeid. Mijn moeder was een van de eerste vrouwen in een maatschap en wilde boer genoemd worden: boerinnen zorgden voor huis en kinderen, zij was partner in het bedrijf. Mijn vader overleed vroeg, zij zette de boerderij voort tot ze gezondheidsklachten kreeg. Ik was 16 toen ze vroeg of ik het bedrijf wilde overnemen. Véél te vroeg, ik wilde studeren en de wereld zien. Toen is alles verkocht. Soms bekruipt me de gedachte dat ik het levenswerk van mijn ouders en grootouders uit mijn handen heb laten glippen. Zij hebben die grond tientallen jaren goed verzorgd, die continuïteit is verbroken.’

Gezamenlijke waarde

Toch spon Lian Kasper wel degelijk een web tussen haar verleden en heden. Zo is een deel van haar werk gemotiveerd vanuit de noodzaak biologische landbouwgrond te behouden, en op andere werkterreinen staat verbinding met de natuur centraal. Maar wat ze ook doet, het gaat altijd óók over mensen.
‘Ik besefte tijdens mijn studie landschapsarchitectuur dat je wel leuk ontwerpen kunt maken, maar dat mensen uiteindelijk moeten zórgen voor een plek. Hoe betrek je hen bij een landschap, zodat ontwikkelingen gedragen worden en beklijven? Mijn afstudeeronderzoek ging over draagvlak voor ingrijpende veranderingen in het veenweidegebied tussen Amsterdam en Utrecht. Vanwege bodemdaling pleiten landschapsarchitecten al jaren voor een drastisch andere invulling dan de huidige veehouderij. Ze presenteren steevast mooie plannen met vernatting en waterrecreatie; even steevast lijden die schipbreuk op protesten van bewoners en boeren. Maar je kunt niet eeuwig blijven pompen, duurzaamheidsbelangen onderspitten en ecologie negeren. Dan doemt de vraag op hoe je in gesprek raakt met belanghebbenden. Je wil dat ze het gebied als een gezamenlijke waarde gaan zien. Daarvoor bleek een basis te zijn: iedereen houdt ervan, al neemt die liefde verschillende vormen aan.’
Natuurlijk zijn er ook harde materiële belangen. ‘Daar heeft de overheid een rol. Als de kosten van het pompen verhaald zouden worden op bewoners en bedrijven, zouden die dan geen andere afwegingen maken?’

Landgilde

Een jaar na haar afstuderen begon ze voor zichzelf. ‘Als zelfstandige heb je autonomie, kun je zelf plannen bedenken en uitproberen.’ Ze lacht. ‘Pionieren, net als mijn opa’s.’
Land & Co, waar ze eerder stage liep, vroeg haar mee te werken aan trainingen voor jonge boeren in het kader van Landgilde, een platform opgericht door de Biologisch-Dynamische Vereniging, de bd-opleiding Warmonderhof en Land & Co. ‘Het is een plek waar biologische boeren zonder opvolger en aspirant-boeren elkaar kunnen vinden. De boeren zoeken iemand die de waarde van hun grond in stand houdt en uitbouwt. Jaarlijks zijn dat er tien tot twintig. De animo van aspirant-boeren is groot, op onze halfjaarlijkse startersdagen hebben we twintig, dertig jongeren over de vloer. Bij Landgilde leggen we verbindingen en verzorgen we trainingen. We moeten jongeren nogal eens waarschuwen tegen al te idyllische ideeën; boeren is ook hard fysiek werk in regen en kou. Financiering is een ander aandachtspunt. Jongeren zonder familieboerderij hebben zelden geld voor een overname en denken dan klein, bijvoorbeeld aan 1 hectare tuinbouw. Terwijl wij ook mensen zoeken voor 80 hectare akkerbouw. Kandidaten voor serieuze oppervlakten zijn schaars. We werken daarom ook aan innovatieve financieringsstructuren, zoals lenen bij klanten in plaats van bij de bank, en financiering stapelen. Uiteindelijk gaat het erom de continuïteit van biologische grond te waarborgen.’ En zo zet Lian Kasper toch de familietraditie voort.

Duurzaam leiderschap

Haar trainingen en coach-trajecten – ze werkt ook met andere groepen, liefst jongeren – zijn geënt op het gedachtegoed van milieuactiviste en wetenschapper Joanna Macy, die zich laat inspireren door boeddhisme, systeemtheorie en ‘diepe ecologie'[i]. ‘Ik ontdekte haar toen ik na mijn studie verder het pad op wilde van verbinding van mensen met landschap. Ik volgde een opleiding tot coach, want als ik mensen ging lastigvallen met moeilijke vragen, moest ik wat achtergrond hebben in begeleiding. Macy’s methode The work that reconnects gaf mij handvatten bij het opzetten van trainingen, maar ook om mezelf staande te houden in een niet zo rooskleurige wereld.’
Binnenkort geeft ze een training ‘duurzaam leiderschap in de landbouw’, onderdeel van een groot EU-project op de Warmonderhof waaraan Land & Co mede vormgeeft. ‘Het draait om vragen als: Hoe reageer je op grenzen waar je als koploper tegenaan loopt? Hoe ga je als jonge boer niet ten onder aan de urgentie van klimaatverandering? Hoe blijft je motivatie levend?’

Eco anxiety

Ze heeft inmiddels ervaring met dit soort trainingen. ‘Ik begeleid veel duurzaamheidsstudenten. Die stappen straks een wereld in die misschien niet meer te redden is – terwijl ze wel die redder moeten zijn. Ze hebben de problemen niet veroorzaakt en voelen zich er klein bij. Ze lopen rond met depressieve gevoelens; de term eco anxiety doet opgang. Ik ken het zelf ook. Twijfels over de effectiviteit van je werk redeneer je weg, je grijpt je vast aan zonnepanelen en elektrische auto’s want je moet positief denken. Ik vertel in de training dat wanhoop en verdriet er mogen zijn, dat het een teken is van betrokkenheid. Dat de problemen echt zijn en hun somberheid daarover terecht, en niet een gevolg van overgevoeligheid, zoals ze vaak te horen krijgen. Als mensen zich dat realiseren, zie ik opluchting. Daarna komt er ruimte voor hoop. Niet op een mirakel van buitenaf maar actieve hoop, vanuit jezelf: ook al gaan we de prut in, dan nog sta ik voor een wereld waarin ik geloof, waarvoor ik liefde voel.’
Soms plant ze cursisten letterlijk ín de natuur. ‘Er midden in, zodat ze die kunnen ruiken, voelen en proeven. De bodem is een belangrijk element. Met je handen in de aarde zitten, wroeten en je verwonderen over alles wat daarin leeft. Gaten graven is ook leuk. Laatst liet ik een jongen in een bos een gat graven, had hij nog nooit gedaan. Na het eerste laagje donkere grond met half verteerde bladeren en ander organisch materiaal zat hij tot zijn verbazing op zand. Dan zie je dat ook op zo’n dun vruchtbaar toplaagje rijk leven mogelijk is, dat eiken en beuken geleerd hebben hun wortels horizontaal te spreiden. De verwondering over dit soort dingen en die natuurervaring blazen weer leven in de motivatie van cusisten – en van mezelf.’

Extinction Rebellion

Er is veel vraag naar haar trainingen. Momenteel werkt ze aan traject voor de Academie voor Landschap, een pilot van de Werkgroep LandschapsOnderzoek, de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur en Staatsbosbeheer, opgezet voor hun achterban. ‘Daar gaan we aan de gang met praktische vragen. Als Staatsbosbeheer ergens bomen gaat kappen, hoe gaan we dan het gesprek aan met betrokkenen? Ook persoonlijke kwesties komen aan bod. Mag je als professional laten zien dat een ingreep in het landschap of de verdwijning van een soort je raakt? De training zit al vol.’
En toch … Met persoonlijke groei alleen gaan we het niet redden. Moeten we niet ook proberen olietankers te stoppen vanuit rubberbootjes?
‘Ik ben vorige herfst met Extinction Rebellion de straat opgegaan. Lekker hard mijn stem laten horen, voelen dat ik niet alleen ben in dat waar ik voor sta. Er moet plek zijn voor al die manieren om de wereld een nieuwe vorm te geven: ergens tegenaan schoppen, nadenken over alternatieve structuren en processen, en aan de gang gaan met fundamentele vragen over de waarde van het leven en de bereidheid om het te beschermen.’
Werkt ze ook met gangbare boeren? ‘Eerlijk antwoord? Te weinig. De biologische landbouw is denk ik teveel naar binnen gericht, en ook op mijn trainingen zie ik vooral mensen die er al iets mee hebben. Terwijl het prachtig is mensen van buiten de parochie erbij te hebben; zij stellen onverwachte vragen.’ Zou ze de Farmers Defence Force willen trainen? ‘Oef! Hmm … Ze zouden me moeten vragen, en ik zou willen weten waar die vraag vandaan komt. Misschien zou ik het doen, uit nieuwsgierigheid. Wat drijft hen? Misschien vind je toch raakvlakken. Ik zie hun bevlogenheid, de behoefte voort te zetten wat hun familie deed. Dat is mooi.’

Regeneratieve cultuur

Gevraagd naar toekomstige thema’s hoeft ze niet lang na te denken.
‘Ik ben benieuwd of Terragenda niet alleen energie- en klimaatopgaven van de bodem agendeert, maar ook draagvlak voor verandering. Ik zou graag meer aandacht zien voor mijn trainingen en het gedachtegoed van Joanna Macy, omdat ze iets kunnen betekenen voor de problemen in de nabije toekomst. Ik wil werken aan een regeneratieve cultuur. Dat gaat niet alleen over bodemregeneratie, maar ook over de vraag hoe een gemeenschap zich zodanig opnieuw kan uitvinden dat men duurzaam in een landschap kan leven. Is bodem louter iets om winst mee te maken, of ook deel van onszelf? Bodemgebruik gaat ook over waarden.’
Dan vraagt ze ineens: ‘Hebben we het wel genoeg over bodem gehad? Ik heb niet veel technische kennis, de opleiding landschapsarchitectuur gaat nauwelijks over kwaliteit of ecologische functies van de bodem. Maar door mijn jeugd op een biologische boerderij begrijp ik wat het is om met grond te werken, de verbondenheid met de aarde te voelen. Je hebt nu initiatieven als BD Grondbeheer en Land van Ons, die goed grondgebruik op lange termijn willen waarborgen. Vroeger was dat ook voor gangbare boeren normaal. Ik heb een brief gevonden van mijn opa. Hij schreef aan zijn toenmalige verloofde dat hij een aanbod had gekregen voor een pachtcontract voor een perceel in de Achterhoek. “Maar het is maar voor tien jaar. Als boer moet ik voor de grond kunnen zorgen en iets opbouwen, dus ik doe het niet.” Ik dacht: wow opa, goed bezig!’

[i]     Diepe ecologie is een filosofische stroming die stelt dat alles wat leeft, ongeacht het nut ervan voor mensen, een inherente waarde heeft, en dat onze samenleving in lijn met dat inzicht moet veranderen.

Tekst en foto © Liesbeth Sluiter

Tijdlijn

overzicht →